|
Reglement van Rechtspraak
van de Nederlandse Organisatie van Bureaus
voor Outplacement en Loopbaanbegeleiding, ter uitvoering van het bepaalde in
artikel 9 van de statuten van de NOBOL, zoals vastgesteld door de algemene
ledenvergadering op 27 september 1990 te ’s-Gravenhage en aangepast door de
algemene ledenvergadering op 1 februari 2006
ALGEMEEN
Artikel 1
Dit Reglement van Rechtspraak, verder te noemen
het reglement, regelt de wijze waarop de klachten en geschillen inzake de
Gedragscode van de NOBOL worden behandeld. Daartoe is de Commissie van Toezicht
ingesteld, verder te noemen de commissie. De leden van NOBOL zijn ten aanzien
van opdrachten, als bedoeld in artikel 1 van de NOBOL gedragscode op het gebied
van loopbaanbegeleiding en outplacement,onderworpen aan de tuchtrechtspraak
volgens de bepalingen van dit reglement”.
TAAK VAN DE COMMISSIE VAN
TOEZICHT
Artikel 2
De commissie heeft tot taak:
- om klachten die zijn gerezen ten opzichte van de
leden ter zake van een schending van de Gedragscode te onderzoeken op hun
juistheid. Onder klachten worden ook verstaan bezwaren, die het bestuur van
NOBOL heeft jegens een van de leden.
- Jaarlijks aan het bestuur van de NOBOL rapport
uitbrengen over de zaken die zij behandeld heeft en zonodig aanbevelingen te
doen ten aanzien van de aanpassing van de Gedragscode en dit
reglement.
SAMENSTELLING VAN DE
COMMISSIE
Artikel 3
- De Commissie bestaat uit een voorzitter en twee
gewone leden. Alle leden van de Commissie hebben een plaatsvervanger
- De voorzitter en zijn plaatsvervanger zijn geen
lid van de NOBOL noch op enigerlei wijze verbonden aan een outplacementbureau.
Zij dienen te voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechter bij een
arrondissementsrechtbank
- Van de andere leden zijn één lid en zijn
plaatsvervanger werkzaam of werkzaam geweest in de outplacementpraktijk
- Het derde lid en zijn plaatsvervanger zijn geen
lid van de NOBOL en dienen geen binding te hebben met een outplacementbureau
- Alle leden van de Commissie en hun
plaatsvervangers dienen in Nederland te wonen. Zodra een lid of plaatsvervangend
lid heeft opgehouden zijn woonplaats in Nederland te hebben, neemt zijn
lidmaatschap van rechtswege een einde.
Artikel 4
- De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden
benoemd door de ledenvergadering op eensluidende en bindende voordracht van het
bestuur
- De overige leden van de Commissie alsmede hun
plaatsvervangers worden benoemd door de ledenvergadering op voordracht van het
Bestuur
- De leden en plaatsvervangende leden van de
commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af volgens
een door het bestuur vast te stellen rooster.
- De voorzitter en de leden en hun plaatsvervangers
zijn terstond herbenoembaar.
- Indien tussentijds een vacature ontstaat zal
daarin worden voorzien bij de eerstvolgende ledenvergadering van de NOBOL.
Diegene die benoemd wordt ter vervulling van een tussentijdse opengevallen
plaats treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd
had moeten aftreden.
- Een lid van de commissie dat krachtens dit
artikel moet aftreden behoudt zijn functie met betrekking tot die zaken, aan
welke behandeling hij heeft deelgenomen doch nog niet zijn afgedaan.
- Bij ontstentenis van een lid van de Commissie
treedt diens plaatsvervanger op.
Artikel 5
- De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen voor
hun werkzaamheden worden gehonoreerd.
- De andere leden kunnen in aanmerking komen voor
een vergoeding van reis- en verblijfkosten.
- Het bestuur van de NOBOL besluit omtrent de
hoogte van het honorarium en de vergoedingen.
Artikel 6
De voorzitter van de Commissie is gemachtigd na
overleg met het bestuur in het secretariaat van de commissie te
voorzien.
AANHANGIG MAKEN VAN EEN KLACHT BIJ DE
COMMISSIE
Artikel 7
Bevoegd tot het indienen van een tegen een lid
van de NOBOL gerichte klacht zijn:
- ieder lid van de NOBOL die meent dat een ander
lid in strijd met de Gedragscode handelt
- niet-leden direct belanghebbenden die menen dat
een lid inbreuk heeft gemaakt op de Gedragscode
Artikel 8
Een klacht dient schriftelijk, gemotiveerd en
ondertekend bij de voorzitter ingediend te worden met vermelding van de naam van
het lid op wie de klacht betrekking heeft.
ONDERZOEKPROCEDURE VAN DE
COMMISSIE
Artikel 9
De voorzitter regelt de werkzaamheden van de
Commissie met inachtneming van de bepalingen van dit reglement.
Artikel 10
- De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk kennis
van de klacht en stuurt een afschrift aan de beklaagde, tenzij hij van oordeel
is, dat de klacht onduidelijk of onvolledig is. In dat geval stelt de voorzitter
de klager hiervan op de hoogte en geeft eerst gelegenheid tot verduidelijking of
aanvulling van de klacht. Deze aanvulling of verduidelijking dient binnen vier
weken na het verzoek van de voorzitter schriftelijk te zijn gegeven, waarna de
beklaagde een afschrift van de volledige klacht ontvangt.
- De beklaagde kan binnen een door de voorzitter te
bepalen termijn van ten minste veertien dagen een verweerschrift indienen.
Overeenkomstig het eerste lid kan de voorzitter ook hier om verduidelijking of
aanvulling verzoeken.
Artikel 11
- Zodra klacht en verweerschrift met eventuele
aanvullingen in het bezit van de voorzitter zijn stuurt hij deze stukken aan de
overige commissieleden.
- De voorzitter geeft de klager en beklaagde
onverwijld kennis van de samenstelling van de Commissie.
- Leden van de Commissie kunnen zich verschonen of
betrokkenen kunnen leden van de Commissie wraken indien er ten aanzien van hen
feiten of omstandigheden bestaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade
zou kunnen lijden. Zij dienen hiertoe een verzoek in bij de voorzitter binnen
veertien dagen na de kennisgevingen zoals bedoeld in het eerste en tweede lid
van dit artikel.
- De voorzitter beslist over een verzoek tot
wraking of verschoning. Tegen deze beslissing staat geen beroep
open.
Artikel 12
- De commissie beslist zo spoedig mogelijk of zij
tot verdere behandeling van de klacht zal overgaan.
- Een klacht wordt niet verder in behandeling
worden genomen indien:
- de klager heeft verzuimd
om de klacht eerst in te dienen bij het desbetreffende NOBOL lid. Het NOBOL lid
moet voorafgaand aan een klacht bij de commissie in de gelegenheid zijn geweest
om adequaat te reageren op deze klacht. Eerst nadat een klacht tussen klager en
NOBOL lid naar het oordeel van de klager niet tot een bevredigende oplossing
heeft geleid, kan daarna een beroep worden gedaan op de commissie
- de klager onbevoegd is;
- de klacht betrekking heeft op een feit dat heeft
plaatsgevonden voor het ingaan van het NOBOL lidmaatschap van de beklaagde;
- de klacht betrekking heeft op een feit dat te ver
in het verleden plaats heeft gevonden; dit is altijd het geval indien na het
gewraakte feit meer dan een jaar is verstreken voordat de klacht werd ingediend;
- een klacht jegens de zelfde beklaagde omtrent het
zelfde feit door de commissie reeds eerder is behandeld;
- de klacht op evident onjuiste gronden is
gebaseerd, zowel wat betreft de feiten als de toepassing van de
Gedragscode.
- Indien de Commissie besluit een klacht niet
verder in behandeling te nemen wordt de klager binnen veertien dagen van deze
beslissing op de hoogte gebracht.
Artikel 13
1. Indien besloten wordt tot verdere
behandeling stelt de voorzitter de dag vast waarop de klacht ter zitting
behandeld zal worden. Deze zitting heeft niet later plaats dan vier weken na de
beslissing zoals bedoeld in artikel 12 lid 1.
2. Betrokkenen ontvangen een oproep voor de
zitting en dienen in persoon te verschijnen, behoudens goedkeuring van de
voorzitter om bij gemachtigde te verschijnen.
Artikel 14
- De voorzitter bepaalt de indeling en het verloop
van de zitting met inachtneming van dit reglement
- Klager en beklaagde worden in de gelegenheid
gesteld hun standpunt ter zitting mondeling toe te lichten
- De voorzitter kan op grond van de ingediende
stukken getuigen en deskundigen oproepen om ter zitting te verschijnen.
- Op grond van de ter zitting afgelegde verklaring
kan de commissie al dan niet op verzoek van betrokkenen besluiten alsnog
getuigen en/of deskundigen op te roepen. In dat geval wordt direct de datum voor
een tweede zitting vastgesteld.
- De voorzitter schat de getuigen die daarop
aanspraak maken een redelijke vergoeding voor reis- en verblijfkosten toe. Deze
komen ten laste van de partij die hen heeft opgeroepen. Deskundigen die niet op
verzoek van betrokkenen zijn opgeroepen ontvangen een vacatiegeld indien zij
daar aanspraak op maken.
Artikel 15
De zakelijke inhoud van de mededelingen van
betrokkenen ter zitting wordt op schrift gesteld. Indien betrokkenen hierom
verzoeken wordt van deze mededelingen ter zitting een proces-verbaal
opgemaakt.
Artikel 16
- indien de klager voor of tijdens de behandeling
ter zitting te kennen geeft geen prijs meer op verdere behandeling te stellen,
wordt, indien de beklaagde of de voorzitter van de Commissie zich hiertegen niet
verzet, de zaak als afgedaan beschouwd.
- De voorzitter, respectievelijk de Commissie, is
te allen tijde bevoegd te trachten betrokkenen te verzoenen.
BERAADSLAGING EN UITSPRAAK VAN DE
COMMISSIE
Artikel 17
- De Commissie beraadslaagt en beslist in raadkamer
en grondt de uitspraak wat de feiten betreft op hetgeen ter zitting is gebleken,
op de inhoud van de gewisselde stukken en op grond van wat door eigen wetenschap
als vaststaand kan worden aangemerkt.
- De Commissie beslist bij meerderheid van
stemmen.
Artikel 18
- Binnen vijf weken na de sluiting van het
onderzoek ter zitting geeft de Commissie de einduitspraak.
- Deze uitspraak dient te bevatten:
- de namen en woonplaatsen van partijen;
- een omschrijving van de feiten en omstandigheden
welke nar aanleiding van de klacht zijn onderzocht;
- het gemotiveerde oordeel, gebaseerd op de in
artikel 17 lid 1 genoemde grondslagen, omtrent de gegrondheid van de klacht;
- de oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel
indien de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is verklaard, alsmede een
beslissing over een eventuele veroordeling in de kosten van het geding;
- een beslissing over de eventuele publicatie van
de uitspraak;
- de namen van de leden van de Commissie;
- de ondertekening door de
voorzitter.
- Een afschrift van de einduitspraak wordt
onverwijld aangetekend verzonden aan de betrokkenen alsmede aan de secretaris
van de NOBOL. Indien de uitspraak niet gepubliceerd wordt is de secretaris
verplicht tot geheimhouding.
Artikel 19
- Krachtens de statuten van de NOBOL kan de
Commissie één of combinatie van de volgende tuchtrechtelijke maatregelen
opleggen:
- een waarschuwing;
- een berisping;
- boete tot maximaal eenduizend Euro (€ 1.000,-)
- een schorsing van ten hoogste zes maanden als lid
van de NOBOL, eventueel onder het verbod om tijdens de schorsing op enigerlei
wijze te vermelden dat men lid is van de vereniging;
- (voordracht tot) ontzetting uit het lidmaatschap;
- de openbaarmaking van een der bovengenoemde
maatregelen, onder bewaring van de anonimiteit van degene(n) aan wie de
maatregel isopgelegd op een door de Commissie te bepalen wijze.
- Bij oplegging van één van de bovenstaande
maatregelen kan tevens veroordeling in de gehele of gedeeltelijke kosten van het
geding plaatsvinden.
Artikel 20
Na de einduitspraak zenden de leden van de
Commissie alle stukken die zij met betrekking tot de zaak in hun bezit hebben
aan de voorzitter van de commissie. Deze houdt archief van iedere zaak en zorgt
dat overtollige stukken worden vernietigd.
OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 21
- Overeenkomstig de Gedragscode zijn de leden
gehouden de door de Commissie van Toezicht en Raad van Beroep gevraagde
medewerking te verlenen. De leden van de NOBOL zijn verplicht als getuige alle
inlichtingen aan de Commissie te vertrekken waar de Commissie om vraagt.
- in alle gevallen waarin een lid van de NOBOL
gevraagd wordt als getuige inlichtingen te verschaffen kan deze zich verschonen,
doch alleen als het gaat om vertrouwelijke informatie waarvan de wetenschap aan
dat lid in de uitoefening van zijn beroep is toevertrouwd. De voorzitter van de
commissie beslist op het verzoek tot verschoning.
Artikel 22
De zittingen van de Commissie van Toezicht zijn
niet openbaar.
Artikel 23
Elke in dit reglement bedoelde kennisgeving aan,
toezending van stukken aan en oproeping van betrokkenen zal geschieden bij
aangetekend schrijven, ter keuze van de Commissie aan het kantooradres of aan de
werkelijke of gekozen woonplaats van betrokkenen. Het bewijs van verzending van
een aangetekend poststuk aan betrokkenen zal, in verband met de verklaring van
de voorzitter omtrent de inhoud van het poststuk, tegenover hen gelden als
bewijs van behoorlijke verzending en zij zullen geacht worden dat poststuk te
hebben ontvangen, tenzij het tegendeel aannemelijk mocht worden
gemaakt.
|